arrow_drop_up arrow_drop_down
Ik voel het aan mijn (regen)water
11 maart 2021 

Ik voel het aan mijn (regen)water

Na twee weken ontzettend genieten maar ook afzien tijdens een roadtrip over de Friendship Highway in Tibet, leek Kathmandu (Nepal) de hemel. Het paradijs.
Een echte WC., met bril notabene. Warm stromend water. Een maaltijd waar niet één rijstkorrel in voorkwam. Geloof me, die kleine dingen des levens had ik nog nooit zo gewaardeerd!

Ik verkeerde dan ook in een euforische stemming toen ik op een pleintje in de stad werd overvallen doordat de hemelsluizen zich openden. In een opwelling sloot ik mijn ogen, spreidde mijn armen uit, gooide mijn hoofd in mijn nek en draaide rondjes, daar midden  op het plein in de stromende regen. Als een klein kind. Of zoals in zo’n ouderwetse zwartwit film. I was singing in the rain. Nou ja, goed, voor de muggenzifters dancing in the rain. Totdat iemand aan mijn arm trok en hard riep ‘Miss, miss, you’ll get sick! Get out of the rain!’

Ik liet me door de marktkoopman die ervan overtuigd was dat die regen mijn dood zou worden uiteindelijk meeslepen naar een tentje voor de lokale bevolking. Lees: een paar golfplaten die beschutting boden tegen de weersinvloeden. Gezien de blikken de me werden toegeworpen, was ik hoogstwaarschijnlijk de eerste toerist die hier ooit een voet binnen had gezet. En ook de laatste denk ik zo. Erg hygiënisch was het niet, het enige wat ze schonken was koffie en thee. En je kon er sigaretten kopen. Per stuk, want de gemiddelde bezoeker kon zich geen heel pakje veroorloven. Na ruim anderhalf uur gezellig gepraat te hebben over van alles en nog wat, nodigde mijn redder-in-nood me uit om me de volgende dag op zijn motor de omgeving te laten zien. Ik nam de uitnodiging aan en we spraken af voor de volgende dag.

Zijn ogen vielen zowat uit zijn kassen toen ik de dag erop daadwerkelijk op kwam dagen. Daar had hij blijkbaar niet op gerekend. Maar hij vond het wel ontzettend. Leuk. Hij nam me mee naar een apentempel in de jungle waar amper een toerist kwam. Urenlang hebben we gepraat. En niet meer dan dat. Ik  had hem verteld dat thuis mijn vriendje op me wachtte en daarmee was de kous af. Waarna hij me netjes afzette bij mijn hotel. De volgende dag kwam hij me uitzwaaien op het vliegveld.

Als ik dit verhaal vertel aan mensen, noemen ze me naïef; goedgelovig; te goed van vertrouwen; of ronduit stom. En ja, ik geef het meteen toe, als één van mijn dochters me dit zou vertellen later, zou ik spontaan grijs worden (als ik dat tegen die tijd nog niet ben). Maar ik vertrouwde op mijn gevoel, op mijn intuïtie.

Als pleaser is er namelijk één ding dat je feilloos leert. En dat is je omgeving, de mensen om je heen scannen. Je steekt automatisch je voelsprieten uit, je bent continu aan het evalueren wat er gebeurt, wat er komen gaat en hoe je daar het beste op kunt anticiperen. Dat heeft voordelen, zoals wel blijkt uit dit verhaal. Maar het grote nadeel, waar de voordelen naar mijn nederige mening absoluut niet tegenop wegen, is dat het al je energie opvreet. De energie die je anders zou kunnen gebruiken om een succes te maken van je leven, op de manier die voor jou goed voelt. De energie die je toestaat om te genieten van het leven. En dat is toch eeuwig zonde?

Over de schrijver
Reactie plaatsen