28 juni 2021 

Onschuldige gewoonte?

“En wat nou als ik nee zeg?”

Daar stond ik dan, met mijn mond vol tanden. Midden op de gang van ons zorgcentrum. Tegenover een cliënte. Dat was me nog niet eerder gebeurd.

Met deze (enigszins venijnige) vraag, die cliënte Y op me afschoot, legde zij haarscherp een gewoonte van me bloot waar ik me tot dan toe niet bewust van was geweest.

Wat vooraf ging:

Op het moment dat ik cliënte X uitliet, zat cliënte Y al te wachten. Ook al was het tien minuten te vroeg voor onze afspraak, ik zei „Neem maar alvast plaats. Ik ga nog even naar de WC en dan kom ik bij je, okay?”

Dit lijkt op het eerste oog heel onschuldig. Maar zoals cliënte Y me tot diep in mijn ziel liet voelen, is het dat allerminst. Het is een hardnekkig overblijfsel uit de tijd dat ik voor alles en iedereen zorgde, behalve voor mezelf. Want door deze mededeling als een vraag te formuleren, geef je de ander inderdaad de macht om nee te zeggen op je voorstel.

In gedachten ben ik na dit gesprek vaak terug gegaan naar de andere keren dat ik me in een vergelijkbare situatie bevond. In mijn herinnering stelde ik dan nooit een vraag, maar zei het gewoon ter info. Nu kan het uiteraard zo zijn dat ik een feilloos geheugen heb voor deze aangelegenheden. (De rest van de tijd absoluut niet, dus ik waag het dat te betwijfelen), maar waarschijnlijk is de wens hier gewoon de moeder van de herinnering.

Zo zie je maar weer, hoe ver ik al gekomen ben, er blijven nog genoeg aspecten van mezelf over om aan te werken. Gelukkig maar, denk ik. Want wie wil er nou perfect zijn?

De schijnbaar onschuldige gewoonte om mededelingen als vraag te formuleren, daar werk ik nu hard aan. Ik ben heel benieuwd wat de volgende les is die ik mag leren.

Is dit herkenbaar voor jou? Of net totaal niet?
Laat het me weten door te antwoorden op deze mail.

Reactie plaatsen

Hier wil ik meer van lezen!

Schrijf je nu in en je ontvangt wekelijks mijn nieuwste inzichten per mail. 
arrow_drop_up arrow_drop_down